Met liefdevolle voedingsopvoeding het eetgedrag van kinderen vormen

Het eigenwijze eetgedrag van kinderen is een bekend fenomeen. Met de juiste achtergrondkennis...

Door Howa
4 minuten leestijd

Holz Gemüse in Holz Kiste

Het eigenzinnige eetgedrag van kinderen is een bekend fenomeen binnen de voedingsopvoeding. Vaak drijft het ouders tot wanhoop. Koppige kinderen die weigeren te eten. Overweldigde ouders die hun kinderen per se afwisseling en gezond eten willen bieden. Een slechte sfeer aan tafel is dan al voorgeprogrammeerd. Waarom herhaalt dit fenomeen zich steeds? En hoe kunnen we het gezamenlijke eetritueel tot een mooie ervaring maken? Met de juiste achtergrondkennis wordt voedingsopvoeding meteen een stuk eenvoudiger. Holzgemüse zum spielerischen Kennenlernen von Gemüse

De ontwikkelingsfasen in het voedingsgedrag

Om het gedrag van kinderen te begrijpen en een liefdevolle voedingsopvoeding in het dagelijks leven te kunnen integreren, helpt het om te kijken naar de ontwikkeling van eetgedrag. De volgende tabel geeft hier een goed overzicht van zes ontwikkelingsstadia:
1. vindt plaats in de baarmoeder en is een passieve, continue vorm van voeding.
2. en 3. omvat melk en bijvoeding en wordt gekenmerkt door honger, dorst, zuigbehoefte, lichamelijk contact en toenemende nieuwsgierigheid.
4. loopt in de leeftijd tussen de 11e en 18e levensmaand. Naast de basisbehoeften komen daar ook imiteren, plezier en spel bij.
5. is in de leeftijd van 1,5 jaar tot 8-10 jaar. Het eetgedrag wordt hier extra gekenmerkt door zelfbeschikking, gemeenschapsbeleving, voedselnijd en koppigheid.
6. draait om de afbakening van het door de ouders voorgeschreven gedrag, wat ertoe leidt dat enerzijds de peergroep, anderzijds het imago, sportieve prestaties, ecologie, politiek en sociale aspecten belangrijker worden.

Voorkeur voor smaak: zoet en vet

Genetisch aangeboren smaakvoorkeuren hebben in de loop van de menselijke ontwikkeling telkens weer het overleven verzekerd. Bovenaan staat de behoefte aan zoet en vet - de eerste inprenting door de moedermelk. Van jongs af aan is de zekerheid bij de kleintjes verankerd dat de zoete en vette melk hen goeddoet. Ook later aan tafel zoeken de kleintjes daarom steeds weer naar deze eigenschappen. Daarentegen zijn bittere voedingsmiddelen, genetisch verankerd, aanwijzingen voor onrijpe, bedorven en potentieel giftige voedingsmiddelen. De beroemde afkeer van kinderen voor spruitjes verschijnt met deze kennis in een ander licht.

Tegenwerking vs. overlevingsstrategie

Afgezien van de smaakvoorkeur bieden zoet, vet voedsel de kleine energiebundels de mogelijkheid om aan hun hoge energiebehoefte te voldoen, ondanks hun kleine maag. Groenten zouden dit nooit kunnen. De fundamentele weigeringshouding van de kleintjes is daarom geen tegenwerking of een rebellie tegen de opvoeding van de ouders, maar een instinctieve overlevingsstrategie. Groenten hebben een zeer laag energiegehalte en zijn bovendien niet zoet of zelfs bitter! Ze vullen de maag, maar verzadigen niet. Vanuit het oogpunt van het kind heeft het daarom geen zin om groenten als hoofdgerecht te eten. Rauwkost wordt daarentegen graag geaccepteerd, maar meer uit speelse motivatie dan om te verzadigen.

Met eten speel je niet - of misschien toch wel?

Zodra het kind aan tafel zit, begint een heel klassiek leerproces binnen de voedingsopvoeding. In principe hoort daar dus emotionele begeleiding van volwassenen bij. Zij moeten positief stimuleren om te proeven, maar een afwijzing door het kind wel accepteren. De dwang om iets te proeven zou het tegenovergestelde effect hebben en het voedingsmiddel al met een zeer negatief gevoel belasten, nog voordat het überhaupt geproefd is. Nieuwsgierigheid en moed om het nog eens te proeven zijn dan verdwenen. Naast het daadwerkelijke "in de mond nemen" zijn ook alle andere zintuigen betrokken bij het leren kennen. Hoe meer een kind deze zintuigen mag gebruiken bij een voedingsmiddel, hoe groter de kans dat het de moed zal hebben om het ook daadwerkelijk te eten. Een positieve smaakervaring is daardoor veel waarschijnlijker. Gemiddeld heeft een kind ongeveer 10 tot 15 contacten met een voedingsmiddel nodig om er voor of tegen te kiezen. Daarbij hoort ook wel eens iets tussen de vingers fijnknijpen of naast het bord smeren. Wat voor volwassenen eruitziet als spelen, is voor het kind een belangrijk leerproces.

Spelregels helpen bij voedingsopvoeding

Hoe ouder het kind wordt, hoe belangrijker, naast spelenderwijs leren, ook de bijbehorende spelregels worden. Want wat in principe geldt, kan net zo goed worden toegepast op voedingsopvoeding. Duidelijke regels vergemakkelijken de omgang met elkaar. Het versterken van de eetgemeenschap staat hier centraal. Belangrijk hierbij is de regelmaat van de etenstijden. Zo kan een regelmatig hongergevoel ontstaan en weet iedereen dat met honger het in principe meteen veel beter smaakt. Bovendien moet altijd hetzelfde eten voor iedereen worden aangeboden, want degene met een ander gerecht behoort niet tot de gemeenschap. Daarbij geldt dat iedereen een gerecht mag wensen, maar ook dat iedereen het recht heeft om beleefd bepaalde voedingsmiddelen te weigeren. Belangrijk is dat kinderen hierdoor geen druk voelen. Net als bij het "wat" helpt het ook bij het "hoeveel" om kinderen te leren luisteren naar hun verzadigingsgevoel. Er hoeft alleen zoveel gegeten te worden als de kleintjes willen en niet totdat het bord leeg is. spielerische Ernährungserziehung mit dem Kaufladen von howa

Spelenderwijs eten leren kennen

Naast openheid aan tafel en het samen bereiden van voedsel, helpt het vooral bij kleine kinderen om hen te ondersteunen in hun nabootsing. Door liefdevol authentiek vormgegeven houten speelgoedvoeding, zoals van howa, kunnen ook kleine kinderen al kennismaken met groenten en zo de voedingsopvoeding ondersteunen. De verschillende vormen en kleuren kunnen in een speelkeuken of in de winkel heel objectief worden bekeken en er kan spelenderwijs mee worden omgegaan. Dit wekt nieuwsgierigheid op en verlaagt de drempel voor de kleintjes om ook aan tafel graag met voedingsmiddelen bezig te zijn.


In dit artikel...

U kunt deze producten beheren door een metafield "productlijst" voor artikelen in te stellen en dit bovenaan in de productinstellingen toe te wijzen.